© 2018 door Susanne Spoelman en Gerard Ruiter (Tiny House Woldwijk)

  • White Youtube Icoon
  • White Facebook Icon
  • White Instagram Icon

GERARD & SUSANNE

Wie: Gerard en Susanne

Leeftijd: Gerard (31), Susanne (30).

 

Beroep: Gerard is IT consultant geweest, maar wil graag een carrièreswitch maken. Hij is daarnaast in de leer om grondwerk en coaching met paarden te kunnen doen. Voor het Tiny House initiatief is hij bestuurslid. Susanne is bezig zichzelf te ontwikkelen als freelance schrijfster en illustrator, en werkt als communicatie medewerker voor het Tiny House initiatief. Ze is tevens bezig met het schrijven van een kinderboek.

Kinderen: Nee. Wie weet, in de toekomst.

Hobby’s: Gerard knutselt graag aan auto’s en computers, verder is hij gamer. Susanne schrijft, leest en schildert graag. Een gezamenlijke passie is het werken met hun paarden, Brave en Arwen.

Naam huisje: Zijn we nog over na aan het denken.

Waarom hebben jullie ervoor gekozen je aan te sluiten bij dit initiatief?

Susanne: “We waren al een tijdje op zoek naar een manier waarop we ons leven anders konden inrichten. Maar ik studeerde nog, en Gerard werkte fulltime. Voordat we de sprong in het diepe namen, hebben we de tijd genomen ons te verdiepen in allerlei dingen. Maar op een gegeven moment was ik afgestudeerd, en Gerard had het niet meer naar zijn zin op zijn werk. Daarom hebben we vorig jaar de knoop doorgehakt. We verkochten ons koophuis in Arnhem, en al onze meubels en spullen, en zijn terug verhuisd naar het Noorden, waar ik vandaan kom. Daar wilden we ons plan om een klein, houten huisje te maken om in te wonen, verwezenlijken.”
Gerard: “Toen ons huis verkocht was, verhuisden we terug naar Groningen, waar Susanne vandaan komt. In het dorp waar wij tijdelijk gingen wonen om ons huisje te kunnen bouwen, waren ze óók met een Tiny House project bezig. Dit vonden we wel heel toevallig. Zoveel soortgelijke projecten zijn er niet in Nederland. We zijn in ieder geval gaan kijken, en dit bleek het initiatief van Paula en Rox te zijn. Het sprak ons aan. Het is een vorm van experimenteel bouwen, en je krijgt de vrijheid om je eigen ontworpen huisje neer te zetten. In ons geval zal dat een klein, houten boerderijtje worden. Ik vind het leuk dat we met alle toekomstige bewoners de wijk samen vormgeven. We leggen alles gezamenlijk aan: daardoor leer je van alles. De Tiny Houses in deze wijk krijgen allemaal een eigen adres en dus ook een eigen huisnummer. Dat maakt dit echt een uniek, vooruitstrevend project.”

Het idee om in een Tiny House te gaan wonen – hoe lang speelt dit al in jullie hoofd?

Gerard: “Een paar jaar. Toen ik het op mijn werk niet naar mijn zin had, wilde ik iets anders gaan doen met mijn leven. Dat ging verder dan alleen ander werk zoeken, uiteindelijk.”

Wat is een Tiny House voor jullie:

Susanne: “De term ‘Tiny House’ is een soort koepelbegrip geworden waar verschillende soorten huisjes onder vallen, met allerlei bijbehorende connotaties. Het dekt voor mij eigenlijk niet de lading, en ik identificeer me niet per se met een bepaalde, specifieke beweging of nauwgezette regels. Over de hele wereld wonen mensen klein. Vaak uit noodzaak, omdat er geen andere keuze is, maar ook wel uit bewuste overtuiging, of dat nu uit culturele, religieuze of milieuvriendelijke overwegingen voortkomt. De milieubewuste, zelfvoorzienende Tiny House – de variant waar de term, denk ik, het meeste mee geassocieerd wordt door velen – is de laatste jaren in Nederland in opkomst. Dit huisje vertegenwoordigt ook een andere, meer onafhankelijkere woonwens, die nu nog moeilijk te realiseren is in ons land. En dat vind ik van belang, dat daar meer ruimte en aandacht voor komt. Het gaat – mijns inziens – om het idee dat je ook buiten de gestandaardiseerde normen van wonen en werken in onze westerse maatschappij een leven kan opbouwen, en dat je je op een andere, persoonlijkere manier kan verhouden met de wereld om je heen. Voor mij is een Tiny House een woning die je meer vrijheid geeft om je leven in te vullen zoals je eigenlijk zou willen. Het gaat net zo goed – of misschien zelfs meer – over leven, niet slechts over wonen. We doen dit niet alleen vanuit milieubewuste overwegingen. Ook wat veel andere dingen betreft was dit een keuze die bij ons paste. Maar deze manier van wonen stelt ons in staat ons op een andere manier te verhouden met de wereld om ons heen, zoals ik eerder zei – dat is voor ons heel waardevol. Meer geworteld in de aarde, en hopelijk op een iets minder belastende manier dan voorheen, omdat we kleiner en zelfvoorzienend gaan wonen en leven. In je eentje kan je het gevoel hebben zo weinig te kunnen doen om verschil te maken, en de wereldwijde problemen rondom milieuvervuiling zijn best abstracte gegevens, want je weet dat je niks kan oplossen. Maar door zo te gaan leven proberen we op een bewustere, positieve manier bij te dragen aan een betere omgang met onze aarde.”
Gerard: “Voor mij is een Tiny House een zo klein mogelijk huisje, waar alles in zit wat je nodig hebt om comfortabel te leven. Zo weinig mogelijk waste of space. Zo krijgen wij misschien in de toekomst ooit kinderen, maar anders was het huisje (nog) kleiner geweest. Nu heeft ons ontwerp voor de zekerheid een loft, voor een extra slaapruimte en eventuele kinderkamer. Wat ik ook belangrijk vind is het gebruik van hernieuwbare energiebronnen, en de kleine voetafdruk op de aarde. Onze Tiny House gaat een klein huisje van hout worden, met een landelijke sfeer. We hebben paarden, en we hopen ze ooit op een stukje land bij het huisje in de buurt te kunnen zetten, zodat we ze aan huis hebben lopen. Het zal dus een soort tiny farm worden. De connectie met de natuur is van belang: daarom willen we ons huisje hier graag neerzetten, en niet in een stad. Het huisje hoort in een natuurlijke, weidse omgeving, waar ruimte is voor een moestuintje, en dieren bij huis. Dat is hoe we willen gaan wonen.”

Het ontwerp van de tiny farm

Wat zijn de beweegredenen om zo te gaan wonen en leven:

Gerard: “Ik had een goede baan, maar ik kon geen voldoening vinden in mijn werk. Ik werd er niet gelukkig van – maar wat ik wel wilde doen, wist ik ook niet goed. Ook wat wonen betreft waren we allebei niet echt op onze plek. Je werkt om te wonen, maar niet om te leven, eigenlijk. En je hebt minder vrijheid om bijvoorbeeld minder te gaan werken, of iets anders te gaan doen, omdat je een hypotheek hebt. Toen ik twee jaar geleden een burn-out kreeg, kwam alles een beetje in een stroomversnelling terecht en hebben we besloten er daadwerkelijk voor te gaan. Ik wil nu genieten van het leven. Ik wil niet de rest van mijn leven denken: ‘had ik maar…’.”
Susanne: “We waren op een punt in ons leven gekomen waarbij we ons realiseerden dat we zingeving misten. We hadden beiden actief deelgenomen aan het creëren van een gezamenlijk leven wat naar maatschappelijke maatstaven zinvol en acceptabel was. Ik had een studie aan de Universiteit in Nijmegen afgerond, Gerard had een goedbetaalde baan in de IT, we hadden een grote hoekwoning gekocht waar we al enkele jaren woonden – vol met spullen, zeeën van (ongebruikte) ruimte en allerlei bijkomende verantwoordelijkheden. Maar voor ons voelde het op een gegeven moment niet meer zinvol. Integendeel. En dat gevoel begon steeds meer te wringen. Waar je woont, en hoe je woont, heeft invloed op je leven. In welke omgeving bevindt je je dagelijks, hoe verbonden voel je je met de wereld om je heen – en je medemensen? Ben je veel in de natuur, of begeef je je juist overwegend in een stedelijke omgeving? En ben je daar op je plek? Dit soort vragen zijn ondergeschikt in onze prestatiegerichte maatschappij, die zich in een hoog tempo voortbeweegt en vooral gebaseerd is op het idee van vooruitgang – wat vaak betekent dat alles groter, beter en sneller moet. En het is juist deze mentaliteit waar wij onze twijfels bij hebben. Wat werken betreft is dat hetzelfde: dat heeft grote invloed op je levenskeuzes, en op de manier waarop je je leven leidt – en in het verlengde daarvan: of wat je doet in het dagelijks leven je voldoening geeft, ja of nee. Zou je ander werk doen als je met minder geld ook rond zou kunnen komen? Of zou je misschien hetzelfde blijven doen, maar dan parttime? Veel (jonge) mensen hebben de luxe niet hier überhaupt over na te denken.

Gerard kreeg op een gegeven moment een burn-out, en hij had heel erg last van migraine en moeheid. Hij wilde eigenlijk al een tijdje ander werk gaan doen, en ik wilde graag een kinderboek schrijven, want ik was na jaren lang research doen eindelijk aan het daadwerkelijke schrijven toegekomen. Daarnaast wilde ik graag illustreren. Wat ook een grote rol speelde, is onze gezamenlijke passie: paarden. We misten de connectie met de natuur, het landschap, de dieren – daar was niet echt tijd en ruimte voor binnen ons leven in de stad. We hadden ook, simpelweg, geen tijd of geld om zelf twee paarden te onderhouden. Maar we wilden ons er graag verder in verdiepen, om wellicht in de toekomst (grondwerk)lessen en coaching met paarden te kunnen aanbieden aan mensen. En die wens sloot voor ons eigenlijk naadloos aan bij het wonen in een zelfvoorzienend tiny boerderijtje. We zijn geïnspireerd geraakt door Joseph Campbell, een Amerikaanse literatuurwetenschapper gespecialiseerd in vergelijkende mythologie. Zijn denkwijze wordt vaak samengevat in zijn levensmotto 'follow your bliss'. Dit wordt vaak vertaald als 'volg je hart', maar het is iets meer dan dat. Het idee is dat iedereen een eigen, specifiek doel heeft in het leven. Je kan het ook zien als een soort bestemming. En dat je die moet durven volgen, om zingeving en geluk te vinden. In veel gevallen zal je in het diepe moeten springen door bijvoorbeeld je comfortabele, 'veilige' leven op te geven – als dit niet het pad naar je 'bliss' is. Hoe dit eruit ziet, is voor iedereen weer anders. Dat is wat we eigenlijk, op onze eigen manier, proberen te doen.”

Jullie gaan je eigen huisje bouwen. Kan je iets vertellen over het proces/hoe jullie het gaan aanpakken?

Gerard: “Ja, wij hebben eerst het ontwerp gemaakt in SketchUp. Verschillende versies, trouwens. We hebben van alles geprobeerd, want je moet goed omgaan met de ruimte die je hebt en dat vergt wel wat moeite als je dat nog niet zo gewend bent. De gangbare indeling van een huis is niet toepasbaar op zo’n klein huisje, natuurlijk. We hadden eerst een ander ontwerp, en we wilden vast gaan bouwen. Maar we zijn toch terug gekomen bij onze trailer, die we aan het begin van het jaar hebben aangeschaft. We hebben een nieuw ontwerp gemaakt, waar we heel blij mee zijn. Nu kunnen we eindelijk beginnen. We wilden allebei heel graag een veranda, dus dat is ook een mooie toevoeging aan het boerderijtje. We gaan een houtskelet bouwen met ecologisch verantwoord hout. Verder gaan we heel veel dingen hergebruiken, dat vinden we ook duurzaam. We krijgen ecologisch verantwoorde isolatie in het huisje, en we bouwen damp-open. Het wordt een huis met een gezond binnenklimaat, als het goed is. We gaan het bouwen met behulp van Rox, familie en vrienden.”
Susanne: “Het uiteindelijke ontwerp zijn we echt enthousiast over. We hadden een lijstje gemaakt met daarop bepaalde dingen die voor ons belangrijk zijn: die moesten een plekje krijgen in het huisje. Telkens hadden we het zo ontworpen dat er één ding niet in paste. Dat was wel even zoeken en puzzelen. Nu is alles verwerkt in het ontwerp. Het voelt heel knus en huiselijk aan. Het bouwen zelf is wel spannend – ik heb geen bouwkundige achtergrond, dus ik ben benieuwd hoe het me af zal gaan. Maar ik wil het graag leren. Het lijkt me gewoon leuk om zelf je eigen huis te bouwen. Gerard is wel heel handig, dus dat scheelt. Toch ben ik wel blij dat we hulp hebben. We hebben ons natuurlijk ingelezen, maar we wilden graag dat iemand die verstand heeft van bouwen nauw betrokken is bij het proces. Ik ben heel benieuwd hoe het huisje uiteindelijk gaat worden. Voor mij persoonlijk is de manier van wonen en leven voornamelijk van belang als het gaat om de kleinere voetafdruk op de aarde. Natuurlijk letten we op de bouwmaterialen, zoals Gerard al aangaf, maar wat duurzaam en ecologisch is, is voor veel mensen verschillend. We willen er bewust, maar niet al te krampachtig mee om gaan. Zo zijn tweedehands materialen, waar mogelijk, ook een bewuste keuze. Het lijkt me mooi om gebruikte materialen een nieuwe bestemming te geven, en het past ook bij ons huisje: oud, verweerd hout afkomstig van een gebruikte boerderijdeur geeft een bepaald gevoel, een rustieke sfeer.”

De Tiny House-wijk afgelopen zomer

Wat voor installaties gaan jullie gebruiken in het huisje?


Gerard: “We gaan een compost toilet gebruiken, en koken op flessengas. Voor de warmtebron gaan we een houtkachel aanschaffen. Als we straks geleidelijk naar zelfvoorzienend leven toe gaan werken, willen we gebruik gaan maken van zonnepanelen met accu’s en windmolentjes. En een helofytenfilter, om het water te zuiveren. Misschien komen er nog andere ideeën, want er zijn veel mensen in de wijk die hier verstand van hebben. Hier leren wij ook veel van, omdat we nog niet zoveel (praktijk) ervaring hebben met zelfvoorzienend leven.”

Hoe zien jullie de Tiny House wijk straks voor je?

Gerard: “Ik zie een leuk, landelijk wijkje voor me, waar allemaal kleine houten huisjes staan. Een bijzondere wijk, want hij is door ons gezamenlijk opgezet. Verder zie ik veel groen, natuur en moestuintjes voor me. En veel dieren: honden, katten, en misschien wat kippen. Een wijk waar iedereen leert van elkaar. Ik zou graag een moestuin beginnen, maar weet daar veel minder van dan anderen in de wijk. Dan is het goed om kennis met elkaar te delen. En als er dan een keer een auto kapot is, kan ik weer helpen misschien.”
Susanne: “We willen allemaal dat het een mooie wijk wordt. En dat zal met vallen en opstaan gaan, want het is nog zoeken. Ik hoop dat de mensen die er gaan wonen het er naar hun zin hebben, dat er een goede, rustige sfeer hangt, en dat de wijk voor de gemeenschap iets positiefs zal bijdragen. En ook dat er gewoon een paar mooie, unieke, duurzame huisjes ontstaan om trots op te zijn. We hebben iets meer inspraak en autonomie gekregen dan in ons land gangbaar is, want als je een huis(je) wilt bouwen moet je normaal gezien aan allerlei regels voldoen. Het zou mooi zijn dat we er dan ook iets van maken met z’n allen. Ik ben wel iemand die gesteld is op privacy en rust, en dat heb ik soms ook nodig voor het schrijven en illustreren. Wat dat betreft vind ik het mooi dat het ‘gewoon’ een woonwijk van een dorp wordt: op deze manier kan de mate van verbondenheid onderling op een organische manier ontstaan, zodat het niet geforceerd voelt, of verplicht is.”

Jullie woonden tot nu toe in een koopwoning en jullie huis is vorig jaar verkocht. Hoe ging het ‘ontspullen’ en ontruimen van jullie huis?

 

Gerard: “In één woord: super. (lacht) We hebben de hele inboedel op marktplaats gezet en we zijn alle spullen kwijt. Veel oude dingen hebben we naar de stort gebracht, waar het gerecycled werd of afgebroken. Het was een verrassend bevrijdend gevoel. Al die ballast opgeruimd – en uit je hoofd. Zonder allerlei spullen was alles veel overzichtelijker, eigenlijk.”
Susanne: “Ja, bevrijdend is het juiste woord. In theorie kan je je dat wellicht voorstellen, dat was bij mij aanvankelijk wel zo. Maar in de praktijk gaf het toch een veel vrijer gevoel dan ik had verwacht. Je gaat daarna ook echt anders met spullen om, en de aanschaf ervan. Het weg doen van haast al onze meubels en spullen ging nagenoeg moeiteloos. Ik hecht wel waarde aan bepaalde dingen: foto’s van familie, boeken, schilderbenodigdheden, en de notitieboeken waarin ik ideeën voor mijn boek uitwerk – of kleine dingetjes uit mijn jeugd waar ik een nostalgisch gevoel bij heb. Maar dat zijn dingen die in principe in één doos passen, dus wat er over bleef nam niet veel ruimte in. Het enige wat ik moeilijk vond was het wegdoen van kleding. Ik heb van alles aan goede doelen of kringloopwinkels gedoneerd, maar ik heb volgens mij nog veel kleding. En heel veel wat ik niet meer draag. Dat vond ik wel een eyeopener. Daar wil ik in de toekomst bewuster mee omgaan, want de kledingindustrie is een van de meest vervuilende ter wereld.”

Is er als toekomstige bewoners van de Tiny House-wijk een streven naar een connectie met het dorp en de omgeving?

Gerard: “Zeker. Dit wordt, wat mij betreft, gewoon een wijk waar iedereen zichzelf mag zijn, en iedereen uit het dorp is welkom. We gaan ook open dagen houden en allerlei workshops organiseren. Ik zou in de toekomst ook graag lessen met paarden willen aanbieden, dan kunnen mensen die geïnteresseerd zijn uit het dorp en de omgeving, hieraan deelnemen. We hebben om dit te kunnen realiseren al stappen genomen sinds we zijn verhuisd naar het Noorden, door het kopen van onze twee paarden. Hierdoor kunnen we hopelijk ooit grondlessen – werken vanaf de grond met paarden – gaan geven, en hebben we ons voornemen meer buiten te leven en met paarden bezig te zijn, al verwezenlijkt. Dit was ook een wezenlijk onderdeel van ons tiny plan: onze paarden zijn op die manier verbonden met ons boerderijtje."
Susanne: “Ja, de wijk is gewoon onderdeel van een dorp, een provincie. Het is niet bewust afgezonderd van de wereld of iets dergelijks, puur omdat de insteek klein of zelfvoorzienend is. Het wonen in zo’n huisje gaat voor ons niet om je afsluiten van de maatschappij, het gaat juist om de verbinding met de wereld van nu. Maar wel op een andere manier. Het is dus ook niet zo dat we ‘terug naar vroeger’ willen, of heel primitief willen leven. We willen in het hier en nu een andere manier vinden om ons leven vorm te geven.”

Brave en Arwen

Is het moeilijk om de stap te maken om zo te gaan wonen? Hoe reageren familie en vrienden?

Gerard: “Nee, ik vond het niet moeilijk. Ons huis te koop zetten, en onze spullen weg doen, vond ik eigenlijk wel een verademing. Je moet alleen wel de knop in je hoofd omzetten dat je wat anders gaat doen. Dat had wel tijd nodig in het begin. Familie en vrienden reageerden overwegend positief, hoewel niet iedereen het snapt natuurlijk. Maar dat mag ook. Ik ben daar sowieso niet zo gevoelig voor, wat anderen ervan vinden.”
Susanne: “Ik vond het vooral moeilijk toen we de knoop nog niet hadden doorgehakt. Toen zat ik toch wel in over wat iedereen ervan zou vinden. Dat is een leerproces voor mij. Ik ben daar eigenlijk mijn hele leven mee bezig geweest, met dat soort zaken – en het heeft me vrij weinig gebracht. Daarom kiezen we nu ons eigen pad. En dat niet iedereen dat begrijpt, want dat zal ongetwijfeld zo zijn, is oké. In onze omgeving was het echt een 'afwijkende' levenskeuze, om het zo maar te zeggen. Maar ik ben eigenlijk overweldigd door alle positieve reacties tot nu toe. Onze familie en vrienden steunen ons. Zoals mijn moeder, waarbij we nu tijdelijk wonen tijdens de bouw van ons huisje. Ze woont dichtbij de wijk waar wij straks met ons huisje gaan wonen, en waar we ook aan het bouwen gaan, dus dat maakt het mogelijk, dat we dit doen. Bedankt, mam! (lacht). Verder hebben we een keuze gemaakt waarbij juist niet alles vastomlijnd was. En daar hoort onzekerheid bij. Dat zegt niet dat we het ‘zomaar’ hebben gedaan, we hebben er goed over nagedacht. Maar bij dit soort dingen kan je niet alles dicht timmeren, of voorzien hoe alles precies verloopt. Dat moet je ook niet willen, denk ik, want dat hoort erbij en helpt je verder. Het is ook best spannend geweest, soms. En nog steeds wel. Er komt van alles bij kijken. Telkens komt er weer iets nieuws wat je niet precies weet, en dat moet je dan weer gaan uitzoeken. Dat hoort erbij als je niet het geijkte pad bewandeld. En dan zijn wij nog bij een project aangesloten waarbij je er niet alleen voor staat en veel al geregeld is – kan je nagaan.”

 

In de zomer zal jullie huisje – en een deel van de wijk – ongeveer klaar zijn. Hebben jullie verwachtingen over het wonen in jullie huisje?

Gerard: “Ik kijk er erg naar uit. Het lijkt me heerlijk: meer vrije tijd, opgeruimd in je hoofd, overzichtelijk, minder schoonmaken, en meer buitenleven. Ik zie mezelf al zitten met een sigaartje op de veranda: lekker van het uitzicht genieten.”
Susanne: “Ja, het is een mooi vooruitzicht. Ik ben vooral benieuwd naar alle dingen die zo’n huisje anders maken om in te wonen. De geluiden van de wind, of de regen op het dak – want dat klinkt natuurlijk anders, en er is haast geen beschutting. Hoe is het om echt klein te wonen, nadat je er zo lang naar toe hebt geleefd? In de praktijk kom je altijd dingen tegen waar je voorheen niet aan had gedacht, daar ben ik echt benieuwd naar. En het zitten op die veranda, dat is inderdaad ook een toekomstbeeld waar we heel blij van worden.”

Eenvoudig, simpel leven, met minder prikkels van de wereld om je heen: speelt dit een rol in de keuze voor deze manier van wonen? 

Gerard: “Ja, dat speelt absoluut een rol. Meer tot rust komen, meer vrije tijd, en meer keuze om anders met prikkels van buitenaf om te gaan. We blijven wel Netflix kijken bijvoorbeeld, maar zo vaak doen we dat eigenlijk niet. Dus zoveel zal er wat dat betreft niet veranderen. Het huisje zelf, en deze manier van wonen, stimuleert je om er anders mee om te gaan. We zullen internet en stroom hebben, maar wel beperkt. En omdat je meer ruimte hebt om te onderzoeken wat je met je tijd wilt doen, kan het ook zijn dat ik minder stressvol werk kan gaan doen in de toekomst, waarbij ik minder druk en prikkels ervaar, of bijvoorbeeld minder lang achter elkaar.”
Susanne: “Ik vind dat we tegenwoordig op allerlei vlakken enorm veel prikkels te verwerken krijgen, waarvan we op de lange termijn niet precies weten wat het effect ervan is. We worden aan alle kanten beïnvloed door social media, reclames, video's, tv-series, informatie en nieuws. Vooral jongeren zijn hier (on)bewust veel mee bezig, denk ik. Daarnaast hebben we vaak drukke, prestatiegerichte banen en studies, en allerlei andere sociale bezigheden waarbij we prikkels van buitenaf ervaren. Je kan in zo’n huisje als die van ons natuurlijk net zo goed een stressvol bestaan leiden: je neemt jezelf mee, dus het ligt eraan hoe je er zelf mee omgaat. En je maakt nog steeds deel uit van de maatschappij – dus ben je onderhevig aan prikkels. En we willen er ook deel van uitmaken, alleen op een bewustere manier. Als je gestimuleerd wordt om het anders te doen door hoe je woont, dan kan je je levenswijze misschien wel wat makkelijker aanpassen. Je verwarming gaat niet vanzelf aan, daar moet je zelf een vuurtje voor stoken. En zo zijn er wel meer dingen die niet meer vanzelfsprekend zijn, waardoor je er sobere bezigheden bij krijgt die je uitnodigen om 'mindful' in het leven te staan. Ik gebruik internet vaak als ik research doe voor mijn boek, dus wat dat betreft is het belangrijk voor me. Maar ik heb bijvoorbeeld geen internet op mijn telefoon. Als ik op stal ben bij mijn paarden, ben ik lekker in de buitenlucht bezig, in het bijzijn van dieren – zonder invloed van buitenaf. Dat maakt mijn hoofd leeg.”

Enkele illustraties van Susanne